Eigenlijk heb ik altijd gewerkt. Als kind ‘werkte’ ik door aan mijn moeder klusjes te vragen waarvoor ik een centje kreeg. Als puber verdiende ik bij als oppas. Als tiener vulde ik mijn kleedgeld aan met controleren van het kas- en grootboek van mijn vaders bedrijf, het poetsen van kantoren en het bedienen in de horeca. Aan veel van die baantjes beleefde ik weinig plezier, behalve dat het geld opbracht. En dat maakte veel goed; ik zag er graag leuk uit, wat voor een meisje betekent dat je bergen kleding, schoenen en accessoires nodig hebt. Die spullen heb ik nog steeds nodig, maar nu verdien ik ze sinds 2000 met veel plezier… als freelance tekstschrijver.
Als dochter uit een ondernemersgezin is het zelfstandig ondernemerschap voor mij iets heel natuurlijks. Ik heb een dienstverlenende instelling en sta graag voor mijn klanten klaar. Zolang je geen kinderen hebt is dat een fantastische eigenschap. Daarna wordt het je grootste valkuil: je wilt ‘ja’ zeggen tegen een opdracht, terwijl je kinderen (schreeuwend) of je agenda (vol) ‘nee’ zeggen. Door mijn vergaande klantvriendelijkheid probeerde ik regelmatig al kokend en de kids in het gareelhoudend een acquisitiegesprek telefonisch af te ronden, omdat ik niet durfde te zeggen dat het hier spitsuur was. Op enig moment vond ik op vrijdagavond laat zelfs een berichtje in mijn mailbox met het verzoek of ik maandagochtend even een advertentietekst kon mailen op basis van bijgevoegde informatie.
1, 2, 3 kinderen
Met 1 kind ging het nog wel met die dienstverlenende instelling. Dan zat ik met een zieke baby in de wipper onder mijn bureau een tekst te typen, terwijl ik met mijn voet zorgde voor het broodnodige geschommel, zodat ons zoontje vooral rustig bleef. Met kind 2 erbij ging het ook nog wel, omdat ik inmiddels zo wijs was geworden om bij ziekte mijn ouders of schoonouders in te schakelen als oppas. Had ik een piekperiode, dan werkte ik gewoon door als de kinderen in bed lagen of ik vroeg mijn man of ik in het weekend kon doorwerken. Zelfs als ik niet werkte, werkte ik in mijn hoofd, zoveel stress kreeg ik ervan. Bij kind 3 ging ik net als bij de andere twee tot het laatst in de zwangerschap door met werken en begon ik een week of zes na de bevalling weer met het aannemen van opdrachten. Even dacht ik dat ik ook met drie kinderen op de oude voet door kon gaan met freelancen, totdat ik mezelf tegen kwam en midden in een interim klus moest stoppen met werken.
Goede moeder. Of niet?
Gingen ze dan niet naar het kinderdagverblijf? Natuurlijk wel, maar omdat ik bij periodes weinig tot geen opdrachten had, beperkte zich dat de eerste jaren tot twee dagen in de week. Later werden dit er drie. Had ik veel werk, of werk op andere momenten dan die kinderdagverblijfdagen, dan regelde ik er oppas bij. Onze oudste ging dan extra naar de BSO. Mijn kinderen vonden die onrust niet prettig en reageerden altijd negatief op zo’n drukke periode, wat het gezinsleven er niet gezelliger op maakte. Zelf worstelde ik enorm met mijn ondernemingsdrang en het zijn van een goede moeder… wat ik in mijn ogen niet was vanwege mijn neiging om werk voor de kinderen te laten gaan.
De ‘oplossing’
Uiteindelijk heb ik mijn man weten te overtuigen dat we het samen moeten oplossen. Dat hij een aandeel heeft in mijn geluk en dat van ons gezin, waarvoor we samen hebben gekozen. Hij heeft extra vrije dagen ‘gekocht’, zodat ik bij nood een beroep op hem kan doen. Ik ben van 3 dagen kinderdagverblijf terug gegaan naar 2. De twee oudste blijven drie dagen per week over op school; op vrijdag eten ze tussen de middag gezellig thuis. Mijn vaste klanten weten ondertussen dat maandag en dinsdag mijn reguliere werkdagen zijn en dat ik op woensdag en donderdag mijn mail uitlees. Nieuwe klanten plan ik zoveel als mogelijk op deze twee dagen in. Ik doe nog steeds klussen op een ander moment… mits ik dat tijdig hoor en het kan regelen. Anders zeg ik toch echt ‘nee’. Hoe moeilijk ik dat ook vind.
Nog twee jaar....
Nu onze jongste dik 2 jaar is heb ik voor hem naast die twee dagen kinderopvang nog een ochtend peuterspeelzaal geregeld. Hij heeft die uitdaging als derde in ’t gezin nodig en ik kan die ochtend een leuke klus inplannen of iets voor mezelf doen, zoals het schrijven van deze column. En zo heb ik na acht jaar worstelen een modus gevonden die de meeste tijd goed voelt. 100% balans zal ik nooit vinden. Het blijft moeilijk als er een prachtklus voorbij komt en ik die niet kan aannemen omdat ik het thuis niet geregeld krijg. Net zoals ik me schuldig blijf voelen als ik zo’n uitdagende opdracht wel aanneem en de kinderen een tijdje extra naar de opvang moeten, omdat ik het niet kan laten om mijn hersens te laten kraken. Op die momenten hou ik mezelf voor dat de jongste over twee jaar ook naar de basisschool gaat. Dan heb ik geen kinderopvang, BSO en oppas meer nodig. Dan ga ik vijf dagen werken van 08.30 uur tot 15.00 uur. En daar krijg ik dan vast zo’n kick van dat ik het vanzelf weer kan opbrengen om te werken als de kinderen in bed liggen ...toch?
Kun jij zo werken?
Kun je ook zo werken als je net voor jezelf begint? Ik weet het eigenlijk niet. Dat ik het nu kan, dat mijn klanten het accepteren dat ik soms ‘nee’ zeg, of dat ze moeten wachten op hun tekst, is het resultaat van een jarenlange investering in een goede relatie met wederzijds respect. Maar daarover vertel ik in een volgende column meer...
* Deze tekst is intellectueel eigendom van Vicky van der Plas Vormgeving van Informatie
Wil je meer weten over Vicky van der Plas, haar werk en klanten bezoek daar haar website www.vickyvanderplas.nl voor meer informatie.
Gerelateerde artikelen:







